‘Zorg dat pedoseksueel met iemand kan praten’
Zwemleraar Benno L. was doodsbang dat in Noord-Brabant zou uitlekken dat hij pedoseksuele neigingen had. Hij vreesde dat hij of zijn familie het slachtoffer zou worden van represailles. Mede daarom ging hij in mei 2009 in Duitsland te biecht bij een pastor. Dat blijkt uit een brief van de geestelijke aan advocaat Pieter van der Kruijs.
L., die de Duitse nationaliteit heeft, vertelde de geestelijke dat hij als jongen door een oude man is verleid tot seks. Hij ontwikkelde zelf pedoseksuele verlangens, die hij wilde leren controleren.
De pastor gaf de zwemleraar de namen en telefoonnummers van een psychiater en een psycholoog in Duitsland. L. heeft hen gebeld, kort voordat hij in juni 2009 werd opgepakt op verdenking van grootschalig kindermisbruik. Maar van een behandelplan, laat staan een behandeling, was op dat moment nog geen sprake.
L. was ook naar Duitsland uitgeweken omdat hij eerder vergeefs zou hebben aangeklopt bij de Rutgersstichting in Eindhoven, grofweg vijftien jaar geleden, en verslavingsinstelling Novadic-Kentron.
Deze instanties willen om privacyredenen niet bevestigen of de bewering van de verdachte klopt. Woordvoerder Leon de Leijer van Novadic zegt wel dat hij zich niet kan voorstellen dat L. op een concrete hulpvraag geen reactie heeft gehad. Op grond van interne richtlijnen worden pedoseksuelen doorverwezen naar gespecialiseerde instellingen.
Volgens de raadsman van L. illustreert de zoektocht van zijn cliënt dat het voor pedoseksuelen moeilijker is om hulp te vragen. ‘In de jaren zeventig en tachtig was dit meer bespreekbaar; je kon bij veel praatgroepen terecht. Nu zijn pedoseksuele gevoelens het ergste dat je kunt hebben. Je kunt er met niemand over praten. Steeds strijdt de drang tegen je geweten. Zonder herhaalde therapie is de kans groot dat het misgaat.’
Van der Kruijs denkt dat kindermisbruik kan worden voorkomen door de drempel voor hulpvragen te verlagen. ‘Zorg dat pedoseksuelen ergens terechtkunnen met hun probleem, dat ze anoniem kunnen bellen over pedoseksuele gevoelens.’
Het taboe op pedoseksualiteit is groot, beamen deskundigen. Maar er zijn tegenwoordig meer mogelijkheden om hulp te zoeken.
‘Forensisch-psychiatrische poliklinieken, waar je op vrijwillige basis terecht kunt, hebben zich als een inktvlek uitgebreid’, stelt emeritushoogleraar forensische psychiatrie Dick Raes. ‘Dat L. na een hulpvraag niet is teruggebeld, kan ik me nauwelijks voorstellen.’
Dat is ook de mening van Hjalmar van Marle, hoogleraar forensische psychiatrie aan het Erasmus Medisch Centrum. ‘Wie in Nederland geen hulp kan vinden, heeft niet goed gezocht. Ik heb de indruk dat L. zich er te gemakkelijk vanaf maakt. Als hij naar zijn huisarts was gegaan, had die hem kunnen verwijzen naar een forensisch-psychiatrische kliniek. Bij onze kliniek komen vaker mensen op vrijwillige basis.’
Van Marle stelt dat veel pedoseksuelen de verantwoordelijkheid voor hun daden bij anderen leggen. Als ze de keuze hebben, gebeurt het geregeld dat ze besluiten geen behandeling te ondergaan. ‘Als de diagnose gesteld is en ze te horen krijgen welke medicijnen ze moeten slikken, welke therapie nodig is en wat de effecten zijn, kunnen ze daarvoor terugschrikken. Ze vinden het soms moeilijk om afscheid te nemen van hun pedoseksuele verlangens, omdat die een deel zijn van henzelf, van hun fantasie en emoties.’
De hoogleraar ziet niets in het plan om meer mogelijkheden te bieden voor anonieme hulpvragen. ‘Ik vind dat de huisarts moet weten wat er speelt.’
Bron: Volkskrant.
Welkom
مرحبا 