child-334307_1920

Herkennen, voorkomen en het terugdringen van kindermishandeling

In Nederland wordt er hard aan gewerkt om kindermishandeling, verwaarlozing en misbruik de kop in te drukken. Een steeds grotere groep organisaties heeft tegenwoordig een meldcode waar mee wordt gewerkt en er zijn protocollen opgesteld die professionals helpen bij het signaleren en melden van dergelijke situaties. Het aantal middelen om kindermishandeling te signaleren neemt steeds verder toe en er wordt jaarlijks ook steeds meer geld uitgetrokken voor het trainen van professionals om kindermishandeling te leren signaleren en melden. In 2013 is de wet Verplichte Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling in werking getreden waarin staat voorgeschreven dat iedere organisatie die met kinderen en/of ouders werk, een meldcode moet hebben en dat iedere professional volgens deze meldcode moet handelen. Hoewel er door een intensieve aanpak steeds meer gevallen gemeld worden en er dus ook hulp kan worden geboden, geeft de Onderzoeksraad voor veiligheid aan dat de Nederlandse overheid momenteel onvoldoende in staat is om de volledige verantwoordelijkheid te dragen voor de veiligheid van kinderen tot 12 jaar en hun gezin. Professionals in de gezinsondersteuning, zoals huisartsen of buurtwerkers bijvoorbeeld, worden ook niet altijd verplicht gesteld om mee te werken in het onderzoek als het sprake is van (of een vermoeden van) kindermishandeling, misbruik of verwaarlozing.

 

Herkennen van kindermishandeling

Het voormalige Ministerie van Jeugd en Gezin heeft zich in het actieplan Kinderen Veilig Thuis, dat liep van 2007 tot 2011 als tweede doel gesteld om kindermishandeling, verwaarlozing en misbruik beter en in een vroeger stadium te herkennen. Naast het feit dat iedere professional voldoende kennis en vaardigheden in huis moet hebben om kindermishandeling te kunnen herkennen, dient iedere organisatie die met kinderen of ouders/verzorgers werkt daarnaast ook een protocol te hebben waarnaar gehandeld moet worden in het geval er sprake is van kindermishandeling (of bij vermoedens van mishandeling). Dit protocol is in feite niets meer dan een aantal gedragsregels en instructies voor professionals en voor burgers die hun helpen adequaat te handelen als kindermishandeling wordt geconstateerd of als er vermoedens op dit gebied zijn. Door de jaren heen is er een basismodel ontwikkeld van dit protocol door de Nederlandse overheid en om te zorgen voor een goede implementatie en breed draagvlak worden organisaties aangemoedigd om trainingsprogramma’s en voorlichtingsbijeenkomsten te organiseren rondom het gebruik van de meldcode. Daarnaast zijn er ook werkvelden die hun eigen meldcode hebben ontwikkeld, waaronder in de jeugdzorg en in de kinderopvang. Daarnaast ligt het ook in de Nederlandse wetgeving vast gelegd dat er uitvoering onderzoek gedaan moet worden in het geval er een minderjarige komt te overlijden en er vermoedens zijn dat dit een gevolg is van kindermishandeling.

Kindermishandeling kan zich op verschillende manieren manifesteren. De daders proberen er doorgaans alles aan te doen om het misbruik of de mishandeling zo veel mogelijk voor de buitenwereld verborgen te houden. Er zijn echter signalen die niet genegeerd zouden moeten worden aangezien ze kunnen duiden op mishandeling, misbruik of verwaarlozing.

Signalen van verwaarlozing:

• Ruikt onfris, of een onverzorgd uiterlijk en gebit
• Draagt kapotte kleding, of kleding die niet goed past of te warm/koud is
• Krijgt geen eten/drinken mee
• Vaak somber en/of zenuwachtig
• Blijft na schooltijd overal hangen en het lijkt alsof hij/zij liever niet naar huis wil
• Wil nooit bij hem/haar thuis spelen

Wat betreft ouders kan het zijn dat er sprake is van verwaarlozing als ze weinig tot geen interesse in het kind tonen, weinig of geen tijd vrijmaken voor het kind, het kind geen te weinig emotionele steun bieden (troosten, bijstaan) of zich negatief uitlaten over het kind.

Signalen van kindermishandeling:

• Heeft vaak blauwe plekken, schrammen of wonden op bijvoorbeeld de wangen, armen of billen
• Het kind probeert altijd een excuus te verzinnen voor verwondingen aan het lichaam
• Probeer uitvluchten te verzinnen om het lichaam niet te hoeven laten zien (bijvoorbeeld tijdens het omkleding voor de gymklas of niet mee gaan met zwemles).
• Het kind wordt vaak thuisgehouden of ziek gemeld.

Als het kind te maken heeft met huiselijk geweld dan kan het zijn dat het kind ook agressief gedrag gaat vertonen, bang is of snel schrikt of ander gedrag vertoont wat er op wijst dat er iets “niet pluis is”.

Signalen van seksueel misbruik:

• Het kind vertoont seksueel gedrag dat niet past bij de leeftijd
• Heeft pijn bij het lopen of zitten
• Wil niet aangeraakt worden
• Heeft slaapproblemen of is bang in het donker
• Altijd wantrouwend, met name naar volwassenen toe
• Is bang voor bepaalde mensen

 

Melden van kindermishandeling

Als er vermoedens bestaan dat een kind mishandeld, verwaarloosd of misbruikt wordt, is de volgende stap dat dit gemeld moet worden. Voor 2000 kon er melding gedaan worden bij de vertrouwensartsen, maar tegenwoordig heeft het AMHK (Advies- en Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling) deze taak op zich genomen. Het is een herkenbaar een toegankelijk meldpunt voor gevallen van, of vermoedens bij mishandeling of huiselijk geweld. Daarnaast geeft het AMHK, ook wel AMK genoemd, voorlichting en advies aan burgers en professionals en melders. Als er een melding bij het AMHK binnenkomt dan zijn zij ook verantwoordelijk voor het uitvoeren van onderzoek waarbij wordt bepaald of er daadwerkelijk sprake is van mishandeling, misbruik of verwaarlozing en zal er wordt bepaald welke vervolgstappen nodig zijn. Vanaf januari 2015 is er een landelijk telefoonnummer opgezet (0800-2000 – gratis) waarbij de beller automatisch wordt doorgeschakeld naar een lokale Veilig Thuis organisatie in Nederland. Het AMHK is onderdeel van Jeugdzorg Nederland en zet zich in voor de kwaliteit bij de aanpak van kindermishandeling en heeft zich als doel gesteld om slachtoffers zo snel mogelijk de juiste hulp te kunnen bieden. Het AMHK is daarnaast actief in diverse netwerken en politieke vergaderingen waarin huiselijk geweld, kinderporno en andere problematiek op de agenda staan en als orgaan ook actief bij het geven van beleidsadvies op dit gebied. In totaal zijn er 22 meldcentra in Nederland.

Het AMHK werkt daarnaast ook nauw samen met andere organisaties zoals het Steunpunt Huiselijk Geweld (SHG). Slachtoffers van huiselijke geweld kunnen bij het SHG advies en professionele hulp en ondersteuning krijgen bij de aanpak van geweld in de thuissituatie.

 

Het stoppen van kindermishandeling

Het uiteindelijke doel is om kindermishandeling (zoveel mogelijk) terug te dringen. Door een gerichte aanpak, goede voorlichting, het verbeteren van de samenwerking en een actief beleid op signalering wordt er door tal van organisaties in Nederland gewerkt om deze problematiek te stoppen. Dit komt in het actieplan Kinderen Veilig Thuis dan ook als derde doel naar voren en het AMK speelt hierin een belangrijke functie. Deze organisatie is verantwoordelijk voor het ondernemen van actie als er sprake is van mishandeling, misbruik of verwaarlozing bij minderjarigen. In sommige gevallen kan het zijn dat een kind niet vrijwillig aan een dergelijk ondersteuningstraject wil deelnemen. Dan wordt de Raad voor de Kinderbescherming geïnformeerd en zal er worden gekeken naar mogelijke (dwang) maatregelen, al dan niet via een rechtzaak, die nodig zijn om het kind te beschermen. Het kan in zo’n geval bijvoorbeeld nodig zijn om het kind uit huis te plaatsen en onder te brengen in een gezinshuis of bij een pleeggezin die de voogdij over zullen nemen.