children-1587968_1920

Jeugdzorgsysteem in Nederland

Sinds de 19e eeuw kent ons land een toename in de maatschappelijk verantwoordelijk voor de jeugd. Het Jeugdzorgsysteem in Nederland is uniek in de wereld en bestaat uit overheidsorganisaties die hierin samenwerken met private instanties.. Het jeugdzorgsysteem zoals we dat nu kennen biedt basisondersteuning en -zorg aan alle 3.9 miljoen kinderen in ons land, is gratis en wordt actief aangeboden.

 

Jeugdzorgsysteem in kaart gebracht

Nederland heeft een complex en uitvoerig jeugdzorgstelsel waar o.a. instellingen zoals het CJG, de Hoenderloo Groep en Bureau Jeugdzorg (bestaande uit de onderdelen Advies- en Meldpunt Kindermishandeling, de Kindertelefoon, Jeugdbescherming en de Jeugdreclassering) onder vallen. Het jeugdzorgsysteem in Nederland is verantwoordelijk voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders bij stoornissen en problemen in de opgroei en opvoeding. Het systeem is duaal en richt zich naast het kind dus ook op risicofactoren en probeert het kind te beschermen tegen misbruik en red kinderen uit situaties waarin er sprake is van misbruik, mishandeling of verwaarlozing.

Jeugdzorg strekt zich uit over verschillende lijnen, te beginnen bij de nulde lijn waar de scholen, kinderopvang en verenigingen voor kinderen onder vallen. Naast deze Pedagogische basisvoorwaarden zijn er in de eerste lijn ook de consultatiebureaus, huisartsen, zorg- en adviesteams, en voorzieningen voor advies en lichte pedagogische ondersteuning. Waar de nulde lijn voornamelijk is gericht op preventie is de eerste lijn voor gericht op signalering, interventie en verwijzing. De tweede lijn omvat jeugdzorginstellingen zoals jeugdhulp, jeugd-ggz, jeugd-lvg, reclassering en jeugdinrichtingen en richt zich op indicatie, coördinatie en specialistische hulp.

 

Is er sprake van een falend systeem?

Niet zelden komt “Jeugdzorg” tegenwoordig echter ook in negatieve zin in het nieuws omdat er sprake zou zijn van een falende werkwijze. Naast de Bolderkar-affaire en de zaak rondom het achtjarige meisje Sharleyne zijn er in de laatste jaren nog tientallen voorbeelden te noemen waarin jeugdzorg steken zou hebben laten vallen. De keerzijde van het groeiende systeem is ook dat de jeugdzorgbemoeienis ook steeds groter wordt en het systeem langzamerhand lijkt te verzieken. Het meisje van Nulde en de zaak rondom Savanna zijn enkele spraakmakende voorbeelden die voort lijken te komen uit een overkill aan overheidsbemoeienis. Daarnaast haalt jeugdzorg ook geregeld het nieuws vanwege stijgende kosten die te wijten zijn aan bureaucreatie, toenemende problemen bij het aanvragen van jeugdzorg en geweld in jeugdzorginstellingen. Er moeten tal van kleine en grote organisaties in verschillende disciplines met elkaar samenwerken. De verantwoordelijkheden hierin liggen vaak ook verspreid en die versnippering zorgt er voor dat de werkwijze soms te wensen over laat. In 2010 gaf hoogleraar J. Hermans al aan dat “kinderen en hun problemen tegenwoordig steeds meer van het gezin worden geïsoleerd en buiten het systeem worden geëxporteerd”. Het gevolg zijn lange wachtlijsten, jeugdhulpverleners die vanuit onmacht niet voldoende kunnen aansluiten bij de vraag van ouders en hun kinderen waarbij ze van het kastje naar de muur worden gestuurd. Ton Molenaar, voorzitter van de Belangenvereniging Medewerkers Bureaus Jeugdzorg zegt hierover: “Wij zijn meer bezig met bureaucratie dan met de kinderen en dat het jeugdzorgsysteem drastisch op de schop moet zodat medewerkers de kans krijgen om kwaliteit te leveren voor hun cliënten”. Daartoe is er besloten om vanaf 2014 het jeugdzorgsysteem onder te brengen bij de gemeenten in Nederland. De kinderombudsman Marc Dullaert noemde jeugdzorg in 2015 ook wel de “grote proeftuin”. Verder zegt Dullaert hierover: “Het hele systeem zit in de ontwikkelingsfase en experimenteren hoort erbij. Maar experimenteren met kwetsbare kinderen is onacceptabel”.

 

Good practices in de Jeugdzorg

Er zijn echter zeker ook “Good Practices” aan te dragen zoals diverse voorlichtings- en preventiecampagnes die zijn opgezet en de online hulpverleningsprogramma’s waar alle ouders toegang tot hebben (waaronder positiefopvoeden.nl en opvoedwegwijzer.nl) en het educatieprogramma omtrent het “Shaken Baby Syndrome”. Jeugdzorg is tegenwoordig georganiseerd vanuit het Centrum voor Jeugd en Gezin en Bureau Jeugdzorg. De centra voor Jeugd en Gezin houden zich naast signalering ook bezig met jeugdzorg, opvoedingsondersteuning en familiecoaching waarbij gebruik wordt gemaakt van ondersteuningsprogramma’s voor ouders zoals Triple P. Home Start, VoorZorg en Moeders Informeren. Het doel van het vernieuwde zorgsysteem is om problemen in een vroeger stadium te kunnen tackelen, om adequater te kunnen handelen bij problemen in de opvoeding en om de samenwerking en uitwisseling van gegevens tussen zorgprofessionals en instellingen efficiënter en doeltreffender te maken. De meest effectieve manier om kindermishandeling en verwaarlozing te voorkomen is door ouders de belangrijkste opvoedingsvaardigheden te leren en hier wordt dan ook gericht op ingezet in het huidige Jeugdzorgsysteem.

 

Actieplan “Kinderen veilig thuis”

In Nederland hebben meer dan 100.000 jongeren te maken hebben met geweld in hun thuissituatie de Nederlandse overheid vind dat onacceptabel. Uit onderzoek van het Nederlands Jeugd Instituut (NJI) en kenniscentrum Movisie dat in 2007 is uitgevoerd, is daarnaast gebleken dat er onvoldoende aandacht voor kindermishandeling en -verwaarlozing is in opleidingen voor professionals die met kinderen werken. In 2007 is het actieplan “Kinderen veilig thuis” opgezet dat tot 2011 heeft gelopen en waarin de focus lag op het voorkomen en vroegtijdig signaleren van kindermishandeling. Een publieke campagne, een voorlichtingsprogramma voor professionals en het stimuleren van het gebruik van protocollen door professionals op dit gebied heeft veel goeds opgeleverd en mag dan ook zeker onder als good practice worden aangedragen.

Het uiteindelijke doel van deze landelijke aanpak is om te voorkomen dat kindermishandeling verder zal gaan toenemen en om professionals sneller en adequater te kunnen laten ingrijpen en handelen als er vermoedens zijn van kindermishandeling of -verwaarlozing. Overlegorganen op interdisciplinair niveau en met ondersteuning van het Algemeen Meldpunt Kindermishandeling (AMK) wordt er informatie uitgewisseld en wordt er een doelgerichtere en effectievere aanpak geboden aan dit probleem. Daarnaast wordt er ook curatief ingezet om slachtoffers en ouders van slachtoffers mentaal, sociaal en pedagogisch te ondersteunen bij de verdere opvoeding en het leren omgaan en verwerken van misbruik, mishandeling of verwaarlozing. Door in te zetten op het vergroten van de kennis van professionals, publieke campagnes om publieke aandacht te vragen voor dit probleem en om de samenwerking tussen organisaties in het herkennen en aanpakken van kindermishandeling te verbeteren, hoop de Nederlandse overheid in de loop van de jaren de omvang van kindermishandeling verder terug te dringen.