newspapers-444447_1920

Nieuws over kindermishandeling in 2011

Toename in aantal gevallen kindermishandeling

Uit onderzoek, dat in 2010 door de Universiteit van Leiden en het TNO is uitgevoerd, is naar voren gekomen dat het aantal gevallen van Kindermishandeling de laatste zes jaar licht is toegenomen. In 2005 is er ook al onderzoek gedaan naar deze problematiek waarbij naast professionals die werken met kinderen en de doelgroep zelf  ook de meldingen van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling zijn meegenomen in de cijfers. Voor het recente onderzoek zijn kinderen in de leeftijdscategorie van 11 – 18 bevraagd en gaven 99 van de 1000 personen aan in 2010 te zijn mishandeld. Dit aantal is een stuk hoger dan het aantal meldingen dat daadwerkelijk wordt gedaan van de mishandeling bij instanties zoals het AMK. In 2010 is er wel een lichte stijging te zien in het aantal meldingen, namelijk bijna 34 van de 1000 kinderen tegenover nog geen 28 van de 1000 in het jaar ervoor.

 

Overheid faalt in aanpak kindermishandeling

In 2011 schreef de Kinderombudsman Marc Dullaert in een brief aan de Tweede Kamer dat het aantal gevallen van kindermishandeling mogelijk verder zal stijgen en dat de aanpak van de overheid om kindermishandeling terug te dringen is gefaald. Kindermishandeling is een ernstige en omvangrijke problematiek waarbij er op jaarbasis 118.000 gevallen worden gemeld en het mogelijk aantal dus nog een stuk hoger zal liggen. Van dit aantal kinderen  zijn er zeker 80.000 waarbij er ernstige schade ontstaat in de ontwikkeling en waarbij grote zorgen zijn gemoeid. Dullaert stelt twijfels te hebben of de betrokken instanties zoals het Meldpunt Huiselijk Geweld wel voldoende mankracht hebben om effectief hoofd te bieden aan de aanpak. De lokale overheden zijn daarnaast te weinig bezig met het signaleren en daarbij werkt de bureaucratie in het overheidsorgaan de aanpak en signalering ook tegen waardoor er onvoldoende efficiënt met de beschikbare middelen wordt omgegaan. Risicogroepen zoals gezinnen met laagopgeleide ouders, gezinnen met meer dan 3 kinderen, allochtone gezinnen, gezinnen waarvan een of beide ouders een psychiatrische achtergrond heeft of in families waar kinderen met een beperking aanwezig zijn, moet beter gemonitord worden om het probleem eerder te kunnen signaleren en aanpakken. Onderzoek hiernaar is dus zeker wenselijk aldus de Kinderombudsman.

 

Nieuws rondom de Amsterdamse zedenzaak

In maart 2011 is het strafproces begonnen tegen de hoofdverdachten, Robert M. en Richard van O. van de Amsterdamse zedenzaak. Het aantal mogelijke slachtoffers van Robert M. lag op basis zijn verklaringen van de dader in 2011 op 83. Een derde dader, Edwin R. werd verdacht van het bezig van kinderporno en webcamseks met minderjarigen maar werd in 2011 vrijgepleit onder strikte vooraarden. De bekende pedojager Chris Hölksen, die het verleden spraakmakend te werk is gegaan door veroordeelde kindermisbruikers met naam te noemen op zijn website, heeft in 2011 gesolliciteerd naar de functie van directeur bij kinderdagverblijf ‘t Hofnarretje waar Robert M. veel slachtoffers heeft gemaakt. Hölksen geeft in zijn brief aan dat hij “oog heeft voor mensen die op kleine kinderen vallen en op die manier kan voorkomen dat medewerkers zich vergrijpen aan kleine kinderen”.

In maart 2011 werd via een anonieme melding aan de website Stopkinderporno.nu bekend gemaakt dat een persoon mogelijk een aanslag wilde plegen op de hoofdverdachte in de Amsterdamse zedenzaak Robert M. De man had naar eigen zeggen “niets te verliezen en wilde alles op alles zetten om een aanslag op Robert M. te plegen”. Robert M. werd op de dag van de melding voorgeleid in de zwaarbeveiligde Bunker waar de regiezitting plaatsvond. Mogelijk was de man die de aanslag wilde plegen een (nauwe) betrokkene in de zedenzaak die, gezien het feit dat het onderzoek in de zekenzaak nog minimaal 3 maand tijd in beslag zou nemen en er daarna pas de eerste stappen tot vervolging zouden worden gezet, voor eigen rechter wilde spelen. Robert M. moest al vrezen voor zijn leven tijdens zijn voorarrest dat, gezien de hoeveel data die is aangetroffen bij de daders, verlengd zou moeten worden met meerdere maanden omdat het onderzoek meer tijd in beslag zou nemen.

 

Verdachten zedenzaak Suriname

In 2011 zijn er naast de Amsterdamse Zedenzaak nog een aantal gevallen van kindermisbruik in het nieuws gekomen. Zo werd de uit Amsterdam afkomstige Sjeroom S. verdacht van zeer ernstige zedenmisdrijven in Suriname. S. heeft ook in Amsterdam op de Olympia school gewerkt en is daar om ´bijzondere redenen` vertrokken. Later zou Sjeroom S. worden vrijgesproken van zijn beschuldigingen van pedofilie aangezien er onvoldoende harde bewijzen zouden zijn tegen deze verdachte.

Later dat jaar werden ook Hermine de G. en haar man Henk de G., welke de eigenaars zijn van kindertehuis Lobi Blesi in Suriname, door de politie opgepakt wegens verdenking van kindermishandeling en -misbruik. De Nederlander Henk de G. werd vastgezet wegens het vermoeden van mishandeling en seksueel misbruik van kinderen. Hermine de G. werd later op vrije voeten gesteld aangezien ook hier onvoldoende bewijsmateriaal kon worden gevonden voor de vermeende misdrijven waaronder het vermoeden van fysieke mishandeling. Dat de dame wel losse handen had, bleek uit gesprekken met diverse kinderen van het tehuis, die aangaven dat ze `op hun billen zijn geslagen en zelfs met een stok zijn geslagen´. Of de kinderen deze verklaring hebben afgelegd uit angst voor de gevolgen als de eigenares en haar man daadwerkelijk zouden worden veroordeeld voor kindermisbruik is onduidelijk. Op diverse media, waaronder Radio 10, werd er geschokt gereageerd op de verdenkingen. Michele Bauermann, die vroeger met het stel heeft gewerkt in de kinderopvang, sprak op de radio van “een hetze door de pers. Het kan niet waar zijn. Het zijn lieve mensen die alles voor de kinderen overhebben en leven volgens een Christelijke geloofdsovertuiging”. Ook een oud-bewoonster van het opvanghuis vertelde dat ze twijfelde aan de verdenkingen aangezien “kinderen een rijke fantasie hebben en dingen kunnen verzinnen, wat een reactie kan zijn vanuit de problemen waar ze in hun leven mee te maken hebben gehad”.

 

Seksueel misbruik binnen katholieke instanties

Het celibaat, de bewuste keuze die geestelijken maken om ongehuwd te blijven en zich in z’n geheel onthouden van seksuele handeling, leidt mogelijk tot een grotere kans op seksueel misbruik. De commissie-Deetman is tot deze conclusie gekomen op basis van uitvoerig onderzoek rondom seksueel misbruik binnen de katholieke kerk en instanties. Er zijn veel gevallen bekend, waaronder het grote schandaal in het bisdom Rotterdam, waarvan veel gevallen van misbruik bekend zijn en mannen die door de selectiecommissie werden afgewezen toch als priester aan de slag mochten en zich vervolgens schuldig hebben gemaakt aan seksueel misbruik. Deze en vele andere incidenten werden in de doofpot gestopt en maatregelen werden nooit genomen. Dit druist in egen de wettelijke plicht om gevallen van misbruik en verkrachting te melden bij het OM, en daarmee maakt de katholieke kerk zich dus schuldig aan het verzwijgen van misdrijven. Ook is uit onderzoek gebleken dat het risico op ongewenste seksuele handelingen door volwassenen met minderjarigen in instellignen dubbel zo groot is als het gemiddelde in Nederland van 9.7%. In dit jaar heeft de commissie-Deetman al bijna 1000 daders van misbruikgevallen weten op te sporen en kreeg ruim 1800 meldingen over misbruik binnen.