convention-1410870_1920

Onderwijs en training over kindermishandeling

Kindermishandeling, -misbruik en verwaarlozing vormen een ernstige problematiek met verstrekkende gevolgen. In de wet staat geschreven dat ouders de verantwoordelijkheid hebben om voor hun kind(eren) te zorgen en een opvoeding in een veilige omgeving te bieden zonder dat er fysiek of psychisch geweld wordt gebruikt. Echter, alleen al in 2010 werden bijna 120.000 kinderen het slachtoffer van geweld of misbruik (3.4% van de kinderen tot 18 jaar). Andere studies laten echter hogere cijfers zien tot wel 35% van de kinderen tussen de 12 en 17 jaar die in hun leven te maken krijgen met een vorm van misbruik of geweld. De Nederlandse overheid vind deze cijfer onacceptabel en heeft de laatste jaren jaar pijlen gericht op preventie en het voorkomen van kindermishandeling en verwaarlozing. Die aanpak richt naast ouders en verzorgers ook op professionals die werkzaam zijn met kinderen. Uit onderzoek van TNO, het Nederlandse Jeugdinstituut en Movisie dat in 2007 is uitgevoerd, is echter naar voren gekomen dat er onvoldoende aandacht is voor het herkennen van kindermisbruik en verwaarlozing in de huidige opleidingsprogramma´s voor professionals die met kinderen werkzaam zijn (of dat in de toekomst zullen zijn). Daartoe is het actieplan `Kinderen veilig thuis` opgezet en uitgevoerd en dat heeft al goede resultaten laten zien op dit gebied. Echter, het was nog steeds niet duidelijk in hoeverre kindermishandeling en verwaarlozing ook daadwerkelijk aandacht krijgt in het huidige onderwijssysteem. Daartoe heeft het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) de opdracht gegeven om hier uitvoerig onderzoek naar te doen zodat er een beter beeld hierover gevormd kan worden en eventuele vervolgstappen kunnen worden genomen. In het onderzoek werd er gekeken naar de mate waarin kindermishandeling en -verwaarlozing de aandacht krijgen in opleidingen binnen de welzijnssector, lerarenopleidingen, kinderopvang, de jeugdzorg, geestelijke gezondheidszorg en binnen de opleidingen van justitie en politie en de manier waarop dit versterkt op de agenda kan komen te staan.

 

Professionalisatie van professionals in de jeugdzorg

Om de professionalisatie van professionals verder te kunnen ontwikkelen wordt er door het Nederlands Jeugdinstituut o.a. gebruik gemaakt van de implementatie van de RAAK-methode. Een van de tien stellingen van RAAK is namelijk “Werken met kinderen als beroep: beter opleiden en beter betalen”. Om dit doel te kunnen realiseren werkt de Reflectie- en Actiegroep Aanpak Kindermishandeling (RAAK) onder andere aan het ontwikkelen van een regionaal educatieplan waarin periodieke training voor professionals die werken met kinderen centraal staat. Het doel is om en effectiviteit van trainingsprogramma’s over het voorkomen, signaleren, melden, aanpakken en behandelen van kindermishandeling en verwaarlozing, evenals het effectieve bereik ervan in Nederland te vergroten. Competenties en kwaliteitscriteria voor professionals met betrekking tot kennis, vaardigheden en attitude liggen hieraan ten grondslag en vormen de basis voor de trainingsprogramma’s.

 

Educatieprogramma’s en trainingen

Er zijn verschillende good practices aan te dragen op het gebied van onderwijs en training voor professionals in de jeugdzorg. Naast het eerder genoemde educatieplan met periodieke trainingen voor professionals is er ook een database samengesteld op de website van het Nederlands Jeugdinstituut waarin een overzicht is te vinden van alle trainingsprogramma’s rondom kindermishandeling, -misbruik en verwaarlozing. De database, die publiekelijk toegankelijk is, is daarnaast ook verbonden aan de kwaliteitscriteria voor trainingsprogramma’s en de beoogde competenties voor professionals. Ook de Landelijke Training Aanpak Kindermishandeling (LTAK) dat is ontwikkeld door het LPAK (Landelijk Platform Aanpak Kindermishandeling) is een goed voorbeeld van een praktische en doeltreffende methodiek om de kennis en kunde van professionals die werken met kinderen naar een hoger level te kunnen tillen. De Landelijke Vakgroep Aandachtsfunctionarissen Kindermishandeling (LVAK), dat wordt ondersteund door het Nederlands Jeugdinstituut, streeft daarnaast naar een optimalisatie van de werkwijze van deze aandachtsfunctionarissen in diverse disciplines. Tot slot is er ook een reeks digitale modules ontwikkeld door de e-Academy The Next Page die zich richten op het aanpakken van kindermishandeling en verwaarlozing en zijn gericht op professionals zoals artsen en docenten. Het grote voordeel van de e-learning modules is dat professionals op ieder gewenst moment hun kennis kunnen bijspijkeren en over actuele kennis omtrent deze problematiek kunnen beschikken.

 

Resultaten van de RAAK-methode

Uit evaluatie van de RAAK-aanpak is naar voren gekomen dat met name de kennis en vaardigheden van professionals door het actieprogramma is toegenomen. Er zijn daarbij positieve ontwikkelingen te zien in zowel de preventie maar ook op het gebied van interventies in situaties waarin er een sprake is (of een vermoeden) van kindermishandeling, misbruik of verwaarlozing. De aandacht lag daarbij op beter leren signaleren en het in actie komen bij vermoedens van kindermishandeling en verwaarlozing: iets wat nog vaak wordt belemmerd door een gebrek aan competenties, financiële middelen of bureaucratie. Er is geconstateerd dat na afloop van de implementatieperiode in 2001 97% van de regio’s een actieplan heeft waarin de periodieke training van professionals die met kinderen werken is opgenomen. De resultaten van de RAAK aanpak zijn in opdracht van het voormalig Ministerie van Jeugd en Gezin gemeten door Organisatieadviesbureau Berenschot. Daarbij is respondenten gevraagd naar de expertise van professionals in de kinder- en jeugdzorg en het gebruik van effectief bewezen methodes. Daaruit kwam naar voren dat een ruime meerderheid vond dat de kwaliteit van de dienstverlening in z’n algemeenheid was verbeterd na de implementatie van de RAAK-methode. Hiermee lijkt het doel van het educatieplan, namelijk het vergroten van de deskundigheid en daadkracht van professionals op het gebied van signalering en interventie bij vermoedens van kindermisbruik, behaald te zijn.

Er zijn echter ook een aantal knelpunten naar voren gekomen uit het onderzoek naar de opleidings- en trainingsprogramma’s voor professionals die werkzaam zijn binnen de jeugdzorg. Tal van regionale onderwijscentra, hogescholen en universiteiten werken aan de doorontwikkeling van het lesaanbod en laten zien dat kindermishandeling en verwaarlozing meer aandacht zullen krijgen in de onderwijsprogramma’s. Echter, veel van deze initiatieven staan los van de huidige onderwijsmodules en worden vaak als facultatieve modules aangeboden waardoor de problematiek alsnog onvoldoende aandacht krijgt van zorgprofessionals of studenten die later werkzaam zullen zijn in de jeugdzorg. Ook hebben veel instellingen maar een beperkt (of vaak ook geen) budget en onvoldoende tijd beschikbaar voor het opleiden of op periodieke basis bijscholen van professionals op dit gebied.