casino-1107736_1920

Overzicht van regeringsbeleid inzake kindermishandeling, gokken en middelengebruik in Nederland

De Nederlandse overheid heeft een duidelijk beleid inzake kindermishandeling en risicofactoren zoals gokken en middelengebruik die in een aantal gevallen tot huiselijk geweld, mishandeling en/of verwaarlozing kunnen leiden.

 

Wetgeving middelengebruik in Nederland

De Nederlandse Overheid hanteert een gedoogbeleid m.b.t. softdrugs en coffeeshops aangezien deze middelen minder schadelijk zijn voor de gezondheid dan harddrugs. Onder strenge voorwaarden mogen de coffeeshops wiet en hasj verkopen en zullen hiervoor niet worden vervolgd (het gedoogbeleid). Burgers mogen maximaal 5 hennepplanten en maximaal 5 gram cannabis bij zich dragen. Minderjarige mogen niet bij coffeeshops naar binnen en mogen ook geen softdrugs kopen, bezitten of gebruiken. Wat betreft alcohol gelden er soortelijke regels in ons land. Alcohol mag alleen verkocht worden aan personen boven de 18 jaar. In de Tabaks- en rookwarenwet staat eveneens vastgelegd dat personen onder de 18 geen tabak (ook geen e-sigaret) mogen kopen. Deze regels zijn ingesteld om verslaving en overlast (waaronder huiselijk geweld) door middelengebruik terug te dringen.

 

Gokken

De helft van alle Nederlanders gokt wel eens. Dat kan een gokje op een fruitkast zijn, een kraskaart, een lot van de loterij of bingo of een spel bij een online casino. In Nederland is Holland Casino het enige legale fysieke casino. Ook online zijn er tal van legale en betrouwbare online casino’s die beschikken over de nodige licenties waar je kunt genieten van een ruim aanbod aan slots en tafelspellen. De Nederlandse Overheid hanteert een actie beleid om gokverslaving te voorkomen want uit onderzoek is gebleken dat verslaving (gokken maar ook middelengebruik) het risico op huiselijk geweld vergroot. Zo mag je pas gokken vanaf 18 jaar en er zijn tal van organisaties die gokverslaafde ondersteunen, waaronder de Stichting Voorkom, de AGOG, Jellinek, Tactus, GGZ en Iriszorg.

 

Beleid huiselijk geweld en kindermishandeling

De rechten van het kind zijn vastgelegd in het Verdrag inzak de Rechten van het Kind van de Verenigde Naties en geldt in Nederland sinds 1995. In 2007 is het Wetboek uitgebreid met artikel 247 waarin lichamelijk en geestelijk geweld  en verwaarlozing in de opvoeding jegens kinderen strafbaar is gesteld. Sinds medio 2013 is de Wet Verplichte Meldcode Huiselijk geweld in werking getreden. Daarnaast zijn er voor enkele beroepsgroepen, zoals Jeugdzorg, Zorgsector en het Onderwijs wettelijke acties vastgelegd die moeten worden ondernomen bij het vermoedens van kindermisbruik of -mishandeling.

Gemeente zijn vanaf 1 januari 2015 verantwoordelijk voor het terugdringen van huiselijk geweld. Lokale overheden houden de Advies en Meldpunten Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (AMHK’s ). Deze “Veilig Thuis” zijn het resultaat van een samenvoeging van de AMK’s en de Steunpunten Huiselijk Geweld en vallen onder de WMO. Om op gemeentelijk niveau slagvaardig te kunnen optreden in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling zijn er Regiovisies opgesteld waarin er samenhang wordt gecreëerd tussen de thema’s jeugd en veiligheid. De Regioaanpak Veilig Thuis, dat is opgezet door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de Federatie Kinderopvang (FO) en het Ministerie van VWS, ondersteunt gemeente bij het uitvoeren van het programma. Het actieplan Kinderen Veilig (2012-2016) dat voort bouwt op het vorige plan Kinderen Veilig Thuis (2008) richt zich daarnaast op drie peilers in de aanpak van kindermishandeling, namelijk: preventie en signalering, opsporen en aanpakken van de daders en het doorbreken van intergenerationele overdracht van geweld. Gemeenten zijn vanuit de WMO verantwoordelijk voor vrouwenopvang in situaties van huiselijk geweld en van 2015 tot 2017 wordt er extra geïnvesteerd in  de kwaliteitsverbetering van deze diensten.